Actuele tips

wo 16 september 2020

Belastingplan 2021 bevat maar weinig verrassingen

Een hogere overdrachtsbelasting voor beleggers en minder belastingvoordelen voor zelfstandigen waren al uitgelekt. Maar welke andere fiscale plannen heeft het kabinet voor 2021 in petto? Een overzicht.

Lagere en hogere overdrachtsbelasting

Vanaf 2021 geldt voor de aankoop van onroerende zaken een nieuw tarief voor de overdrachtsbelasting van 8 procent. Hieronder vallen kantoren en fabrieken (nu nog 6 procent), vakantiehuizen en huurhuizen (nu nog 2 procent).

Op het nieuwe hoge tarief van 8 procent komen twee uitzonderingen: wie een huis koopt om er zelf te wonen betaalt 2 procent. Technisch gesproken: het huis moet het hoofdverblijf worden (en langdurig blijven) van de koper of kopers. Wordt het huis alsnog verhuurd, dan komt de inspecteur langs om alsnog aanvullend overdrachtsbelasting te innen.

Is de koper 18 jaar of ouder, maar jonger dan 35 jaar, dan is het tarief voor de overdrachtsbelasting 0 procent. Die vrijstelling is bedoeld voor starters, en gaat dan ook de startersvrijstelling heten. Het definiëren van een starter is nogal lastig, vandaar dat gekozen is voor de leeftijdsgrens van 35 jaar.

Stel dat twee mensen gezamenlijk een huis kopen van 400.000 euro, de een is 30 jaar en de ander 40 jaar. Dan betaalt de dertigjarige geen overdrachtsbelasting en de veertigjarige 4.000 euro, ofwel twee procent over de helft van de koopprijs. Zijn beiden 40, dan is de overdrachtsbelasting 8.000 euro in totaal. Koopt een belegger het huis om te verhuren, dan bedraagt de overdrachtsbelasting 32.000 euro (2020: 8.000 euro).

Met deze maatregel hoopt het kabinet de starter meer kans te geven op de huizenmarkt. Vaak worden woningen onder de neus van starters weggekocht door beleggers – die hetzelfde huis verhuurt aan de met lege handen achterblijvende starter – voor een torenhoge huur.

Wie in aanmerking wil komen voor het lage tarief moet nadrukkelijk verklaren het huis als hoofdverblijf te gebruiken.  En op het nultarief mag slechts eenmalig aanspraak worden gemaakt.  Over vijf jaar wordt het nultarief geëvalueerd. Het kabinet vindt de maatregel, die naar schatting 300 miljoen euro per jaar kost, nogal duur.

De toelichting op het wetsvoorstel staat hier.

Box 3 omhoog en omlaag

Het tarief in box 3 gaat omhoog van 30 procent naar 31 procent. Dat dient dan vooral om de hogere vrijstelling in box 3 van te financieren. Die gaat naar van momenteel 30.846 euro naar 50.000 euro (partners: € 61.692 naar € 100.000). Ongeveer 900.000 huishoudens hoeven voortaan niet meer de verguisde vermogenstaks te betalen.

Een hogere vrijstelling zorgt voor een lager verzamelinkomen, wat weer recht geeft op bijvoorbeeld een hogere kinderopvangtoeslag. Die extra uitgaven worden ook gefinancierd van het hogere tarief in box 3. Onderstaand staatje geeft een  overzicht van de nieuwe tarieven. Wie 50.000 euro spaargeld op de bank heeft staan, betaalt niets meer. Bij een miljoen, is dat 12.900 euro aan box 3-heffing.

Een toelichting op het wetsvoorstel staat hier.

Belastingplan 2021

Belastingaftrekken omhoog en omlaag

De zelfstandigenaftrek voor ondernemers gaat de komende jaren versneld omlaag. Die verlaging was al in 2020 ingezet, maar het kabinet zet de turbo erop: ‘Voorgesteld wordt de afbouw van de zelfstandigenaftrek te versnellen, waarbij vanaf 1 januari 2021 de zelfstandigenaftrek van thans € 7.030 tot en met 2027 wordt verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van met € 250 per jaar) en per 1 januari 2028 met € 390 (in plaats van met € 280), alsmede in de jaren daarna met € 110 tot uiteindelijk € 3.240 in 2036.’

Om de zelfstandigen niet te veel te belasten gaat de arbeidskorting omhoog, naar maximaal afgerond 4.200 euro. Die aftrek is er voor zowel zelfstandigen als werknemers. Het kabinet hoopt hiermee het aantal zzp’ers af te remmen, en meer werkenden in loondienst te krijgen.

Vennootschapsbelasting omhoog en omlaag

Het grootbedrijf krijgt toch geen lagere tarief in de vennootschapsbelasting (vpb). Dat is kort gezegd de belasting die besloten en naamloze vennootschappen betalen over hun winst.

In 2021 betaalt een bv of nv over de eerste 245.000 euro winst 15 procent belasting (2020: 16,5 procent). Het meerdere is onveranderd belast tegen 25 procent (dat zou worden verlaagd naar 21,6 procent).

Komend jaar stijgt de schijf naar 395.000 euro. Kort gezegd betaalt het grootbedrijf het hoge tarief, en krijgt het kleinbedrijf door de hogere grens een lagere belastingaanslag voor de vpb. Er komen ook aanvullende investeringsaftrekken (die nog nader moeten worden uitgewerkt).

Inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet omhoog

Voor zelfstandigen en gepensioneerden is het elk jaar weer een vervelende brief die de Belastingdienst op de bus doet: de aanslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet (premie IAB ZVW). Die gaat komend jaar omhoog met 0,3 procentpunt, te betalen over afgerond de eerste 60.000 euro aan winst of pensioeninkomen.

De premie voor zorgverzekering gaat met ongeveer 60 euro omhoog. Deze twee zaken tezamen leiden ertoe dat de totale zorgpremies ongeveer 20 euro in de maand duurder worden.

The post Belastingplan 2021 bevat maar weinig verrassingen appeared first on EWmagazine.nl.